• 06-43099718

Kun je slecht veiligheidsgedrag makkelijk afleren?

Auteur: Frank Guldenmund; psycholoog en onderzoeker/docent bij de sectie veiligheidskunde van de TU Delft, in Arbo online

Datum: 12 april 2022

Kun je slecht veiligheidsgedrag makkelijk afleren? Om daarop antwoord te geven, zijn eerst twee vragen vooraf nodig. Wat is slecht? En wat is makkelijk? Dat klinkt misschien flauw, maar lees hier hoe het zit.

Voordat ik de vraag ga beantwoorden, wil ik eerst twee aanvullende, ‘relativerende’ vragen stellen:

1) Wat is slecht? En:

2) wat is makkelijk?

Want slecht en makkelijk zijn kwalificaties die een norm of maatstaf veronderstellen.

Langs welke meetlat leggen we het zogenaamde slechte gedrag? En hoeveel inspanning wil men leveren om bepaald veiligheidsgedrag aan- of af te leren? Dit klinkt misschien wat flauw. Maar het is belangrijk te weten welke norm wij hanteren als wij bepaald gedrag veroordelen. Belangrijk is ook te weten om wiens norm het gaat en hoe de norm tot stand is gekomen. Is iedereen bekend met de norm en onderschrijft iedereen die ook?

‘Slechte’ gewoontes

Zo, dat is eruit. Laten wij dan voor het betoog dat volgt ervan uitgaan dat er een norm bestaat op basis waarvan het geobserveerde veiligheidsgedrag inderdaad ‘slecht’ is. Dan het gedrag. Wij weten allemaal dat sommig ‘slecht’ gedrag heel lastig is af te leren. Neem bijvoorbeeld roken. Het is voldoende bekend hoe slecht roken voor ons is. Maar toch roken nog steeds veel mensen (één op de vijf mensen in 2019, volgens het Trimbos-instituut). We hebben het hier dan ook over een nicotineverslaving, in combinatie met een slechte (kijk, daar heb je het weer: ‘slechte’) gewoonte. En we kennen de rechtvaardigingen die mensen aanvoeren om vooral te blijven roken. Zij geloven bijvoorbeeld niet dat zij zonder sigaret kunnen functioneren. Of het roken geeft een zekere voldoening (‘beloning’) die andere gewoonten niet geven. Laten wij daarom onze gewoonten eens wat nader bekijken.

De gewoonte-lus

Charles Duhigg heeft een zeer lezenswaardig boek geschreven over gewoonten, The Power of Habit. Volgens Duhigg kennen alle gewoonten eenzelfde verloop, de gewoonte-lus: iets wakkert de routine aan – we noemen dit een prompt – en dat zet vervolgens een reeks handelingen in gang (de routine), gevolgd door een beloning. Die beloning kan van alles zijn, materieel of emotioneel. Als er geen beloning is, heeft het geen zin de handelingen te herhalen. En dan ontstaat er ook geen routine.

Routines zijn dus reeksen van handelingen die in het brein opgeslagen zijn en waarop een of andere beloning volgt. Routines zijn efficiënt en vereisen geen brainpower. Ze verlopen onbewust. Zo kan het brein zich met andere zaken bezighouden en hoeft het ook niet heel groot te zijn. Stel je voor, dat wij bij alles wat wij deden moesten nadenken. Niet te doen.

Maar: routines zijn onmogelijk af te leren, zij blijven altijd in ons brein bestaan. Dit is het slechte nieuws. Maar ho, wacht, er is ook goed nieuws! Wij kunnen namelijk nieuwe routines aanleren. Als wij de ‘oude’ prompt aan een nieuwe routine weten te koppelen en het resultaat is evengoed belonend, hebben wij een nieuwe gewoonte-lus aangeleerd. En die nieuwe gewoontelus kan de oude vervangen.

Wat kunnen wij hieruit leren?

Is het zogenaamde slechte veiligheidsgedrag hardnekkig, en daar gaan we hier voor het gemak van uit, dan hebben wij waarschijnlijk te maken met een gewoonte-lus. Inmiddels kennen wij de ingrediënten van deze lus: er is een prompt, er is een routine (het slechte veiligheidsgedrag) en er is een beloning.

De eerste vraag is dus, wat zet het slechte gedrag in beweging? Neem bijvoorbeeld de slechte (daar heb je ‘m weer!) gewoonte van het eten van fastfood. Waarom zien alle McDonalds-restaurants er hetzelfde uit? Precies: de prompt, die de routine in gang moet zetten van het bestellen en verorberen van een burger of Happy Meal. Hoe komen wij er nu achter wat de prompt is van het slechte veiligheidsgedrag? Dat kunnen wij achterhalen door goed te observeren. De prompt kan van alles zijn: een werkplek, een persoon, een gedachte, een geluid, een tijdstip. Noem maar op.

Dan de routine. De slechte routine kunnen wij niet afleren, we kunnen echter wel een nieuwe routine aanleren. Maar een routine wordt pas een routine als er een beloning is. Anders gaan mensen geen afstand doen van hun zogenaamd slechte routine. Mensen leren trouwens veel gedrag door te kijken naar anderen. Imitatie heet dat. Mensen imiteren heel veel, veel meer dan wij denken. Wij denken allemaal van onszelf dat we uniek zijn, maar dat is helemaal niet zo.

Oké, wij zijn uniek tot op zekere hoogte. Maar onze routines zijn allesbehalve uniek, die kijken wij vaak af. Dus het gewenste gedrag moet zichtbaar in de omgeving worden getoond. Want dan is de kans groot dat mensen het gaan overnemen. Sommige onderzoekers werken hierbij met sociale besmetting; zij maken mensen met heel veel connecties binnen het bedrijf ambassadeurs van het gewenste gedrag.

En het gewenste gedrag moet tot een beloning leiden, vergeet dat niet. Deze beloning kan van alles zijn: tijdswinst, trots, aanzien, complimenten, vertrouwen, om er maar een paar te noemen.

Verlang naar en geloof in het doel

Duhigg noemt nog twee zaken die van belang zijn bij het aanleren van (nieuwe) gewoonten.

Allereerst is er het verlangen naar de beloning. De prompt wekt dit verlangen op. Daarbij kan het verlangen zó sterk zijn dat wij onwillekeurig de routine gaan afdraaien. Dus als je wilt afvallen, leg de zoetigheid niet in het zicht. Een bepaald streefdoel kan daarbij heel belonend werken. En het verlangen om dit doel te bereiken, kan ervoor zorgen dat wij de zoetigheid laten liggen. Bijvoorbeeld: ons doel is dat wij dat jasje of deze broek weer kunnen dragen. Dus geef mensen, om het slechte veiligheidsgedrag te verminderen, een haalbaar doel waarnaar zij kunnen verlangen. Een doel dat met ander (beter) gedrag bereikt kan worden.

Ten tweede is het belangrijk dat mensen geloven dat zij het doel kunnen bereiken en tot het nieuwe gedrag in staat zijn. Dit geloof wordt sterker in groepen. Volgens Duhigg is dit één van de redenen van het succes van de AA, de Anonieme Alcoholisten. Wederom een belangrijk gegeven voor bijvoorbeeld veiligheidskundigen. Geloven mensen niet dat zij met ander gedrag hetzelfde doel kunnen bereiken? Of zij geloven zij niet in het doel? Vergeet het dan maar.

Zoals gezegd is één probleempje met routines dat ze niet gewist worden. Zij blijven altijd in het brein bestaan. Het nieuwe gedrag komt er als het ware naast te liggen. De prompt kan dus het oude gedrag weer opwekken, zolang het nieuwe gedrag geen routine is geworden. En dat laatste kost tijd en moeite.

Slecht veiligheidsgedrag makkelijk afleren?

Dus, is slecht veiligheidsgedrag makkelijk af te leren? Om deze vraag te beantwoorden moeten wij de gewoonte-lus aflopen. Als het slechte gedrag routine is, denken mensen er niet meer bij na. De prompt en het resultaat zetten het gedrag in beweging.

Stel uzelf daarom de volgende vragen: Wat is de prompt? Wat is de beloning? Kunnen wij mensen bewust maken van het feit dat zij gedachteloos een routine in gang zetten? Geloven zij dat het ook anders kan, met hetzelfde resultaat? Geloven zij dat zij ook anders kunnen? En neem ook de tijd voor het aanleren van een nieuwe routine, als die de oude ‘slechte’ routine werkelijk moet gaan vervangen.

Het antwoord: slecht veiligheidsgedrag is af te leren. Maar dit kost tijd en inspanning, dus makkelijk is het meestal niet.

Literatuur: Charles Duhigg (2012). The Power of Habit. New York: Random House, Inc.